Vaccinaties

Wat is een vaccinatie?

Bij een vaccinatie worden deeltjes van virussen ingespoten in het dier. Omdat het lichaam deze deeltjes als lichaamsvreemd ervaart gaat het hierop reageren door de aanmaak van antistoffen. De ingespoten deeltjes zelf zijn ongevaarlijk voor het dier. Met deze antistoffen kan het lichaam weerwerk bieden aan aanvallen van virussen en deze neutraliseren. Zonder die antistoffen hebben die virussen vrije baan om het dier ziek te maken en zelfs te doden.

mdat de aangemaakte antistoffen na verloop van tijd in aantal dalen is op regelmatige basis een hervaccinatie nodig om hun aantal weer op peil te brengen. Doorgaans wordt aangeraden jaarlijks te hervaccineren. Kittens dienen minstens twee keer gevaccineerd te worden, op (6), 9 en 12 weken. Dit is nodig omdat ze rond de leeftijd van 12 weken de antistoffen die ze gekregen hebben van hun moeder verliezen en dus terug wat kwetsbaarder worden.

Waartegen kan een kat gevaccineerd worden?

Kattenziekte of Panleukopenie:
Vooral maag-darmstoornissen, zoals braken en bloederige diarree met erge uitdroging tot gevolg. In veel gevallen en vooral bij kittens dodelijk.

Niesziekte (Rhinotracheïtis, Calicivirus):
Voornaamste symptoom is niezen. Ernst van de aandoening varieert sterk. Sommige katten gaan uitsluitend niezen, andere katten vertonen een erge ontsteking van neus, ogen en keel. In de ergste gevallen verdwijnt de eetlust. Herstelde katten hebben een grotere kans op herval.

Felien Leukose Virus (FeLV) of kattenleukemie:
Kan tumoren en leukemie veroorzaken, er ontstaat ook een onderdrukking van het afweersysteem waardoor de kat vatbaarder is voor andere infecties. Het is een aandoening die we zien bij buitenkatten vermits de infectie gebeurt door direct contact tussen katten.

Hondsdolheid of rabiës:
Zeer gevaarlijke en dodelijke zenuwziekte. Via overdracht van speeksel door bijvoorbeeld een beet kunnen ook mensen aangetast worden.

Wat is ons vaccinatieschema?

De meeste katten hebben al een eerste kitten vaccinatie gehad bij de kweker op 6 weken. Wij zien ze dan voor de eerste keer op 9 weken. De basisvaccinaties vinden dan plaats op 9 en 12 weken en daarna jaarlijks.

Binnenkat: vaccinatie tegen panleukopenie, rhinotracheïtis en calicivirus.

Buitenkat:
vaccinatie tegen panleukopenie, rhinotracheïtis, calicivirus en leukose.

Reizende kat: vaccinatie tegen panleukopenie, rhinotracheïtis, calicivirus, leukose en hondsdolheid.


Vaccinatie tegen hondsdolheid wordt aangeraden vanaf 3 maand (doch kan vroeger mits herhaling na enkele weken) en is voor de meeste europese landen 3 jaar geldig.
Let wel, na de allereerste vaccinatie tegen hondsdolheid is de inenting pas werkzaam/geldig na 21d.
Vaccinatie hiertegen is ook verplicht in België bij bezoek van de streek ten zuiden van Samber en Maas (bv Ardennen).
Onder andere voor het Verenigd Koninkrijk, Ierland, Malta en Zweden gelden andere normen, voor alle zekerheid neemt u best contact op met uw dierenarts of met de ambassade van het land van bestemming en doorreis.




Home | Over ons | Rondleiding in de kliniek | Diensten | Medische info | Ons Team | Contacteer ons
Copyright © 2007 Anubis bvba. Alle rechten voorbehouden. | Gebruikersvoorwaarden