Chirurgie voor het herstel van een scheur van de voorste kruisband in de knie.
Scheuren van de voorste kruisband zien we bij twee types van honden. In de eerste plaats bij jonge, vaak zware, atletische honden zoals Rottweilers, Herders, Doggen. Ten tweede zien we ze ook bij de wat oudere honden (van elk ras) en vaak bij kleinere rassen zoals de Yorkshire, Maltezer of Poedel.
Deze scheuren ontstaan door overbelasting van de kruisband. Dit gebeurt vaak tijdens een explosieve beweging zoals jagen achter een vogel of poes, of bij spelen met stokken of een bal. Bij oudere honden kan de band scheuren bij dagelijkse bewegingen en dat omdat er slijtage op zit.
De band scheurt bij slechts een klein aantal honden direct helemaal. Meestal is er een voorgeschiedenis van kleine scheurtjes die aanleiding geven tot periodes van mank zijn. In de beginfase reageert de hond dan ook nog goed op pijnstillers of ontstekingsremmers.
Als de band echter helemaal scheurt, ontlast de patiënt de poot geheel en zullen pijnstillers en ontstekingsremmers nauwelijks verbetering geven.
Gedeeltelijke scheuren van de voorste kruisband leiden tot gehele rupturen. Deze totale scheuren kunnen optreden dagen, weken, maanden, of jaren na het optreden van de eerste partiële scheuren.
Eens de band helemaal gescheurd is, wordt de knie instabiel en treedt het schuiflade fenomeen op. Om dit te testen is het nodig om de patiënt te kalmeren zodat spierslapte optreedt. De knie wordt dan onderzocht op het voorwaarts schuiven van het onderbeen ten opzichte van het bovenbeen. Indien dit kan is de schuiflade positief.
Door deze abnormale beweging maalt de knie op de duur haar eigen meniscus kapot. Onderzoek heeft aangetoond dat scheuren van de kruisband die niet worden geopereerd in 100 % van de gevallen leiden tot meniscus scheuren na een jaar..
Als een scheur van de kruisband optreedt, is het dus verstandig om de ingreep snel uit te voeren (zonder echte spoed). Spijtig genoeg treden er ook nog scheuren van de meniscus op na een ingreep. Hoewel dit wat ontgoochelend is, is het gelukkig veel minder (afhankelijk van de techniek: 3%- 25%) dan in de 100 % die anders te verwachten is.
Rupturen van de voorste kruisband worden chirugisch behandeld. Er zijn meer dan 100 verschillende technieken beschreven. Wat daarbij opvalt is dat de resultaten slechter worden naarmate de hond meer weegt.
Daarom werden recent twee geheel nieuwe technieken ontwikkeld zijnde de TPLO ( Tibia Plateau Leveling Osteotomy) en de TTA ( Tuberosita Tibia Advancement).
Een mond vol dus. Deze technieken veranderen de hoek van het onderste been van de knie (Tibia) tov het bovenbeen of de knieschijf.
TTA in de knie
Deze hoekverandering ontstaat na doorzagen en terug vastzetten van het bot met een speciaal ontwikkelde plaat en schroeven.
Door deze hoekverandering is er minder druk op de meniscus en op de knieschijf en bij wandelen ontwikkelt zicht geen schuiflade fenomeen. De knie kan zo tot rust komen en er zal geen of nauwelijks arthrose ontstaan.
Het verschil tussen de TTA en de TPLO ligt in het volgende:
- de TPLO kan bij zeer steile kniehoeken worden uitgevoerd de TTA eender bij wat minder grote hoeken
- de TPLO kan gelijktijdig een correctie uitvoeren van een O- been stand, de TTA niet
- de TTA is minder ingrijpend en minder gevoelig voor technische foutjes
- het TTA implant is van titanium en moet niet worden verwijderd na meerdere maanden, het TPLO implant best wel
- tevens veroorzaakt Titanium ( TTA) minder chirurgie problemen (afstoten, allergie, infectie)
- bij zeer zware honden (meer dan 50/70 kg) is het TTA implant aan de zwakke kant en is de TPLO te verkiezen