Lumbosacrale degeneratieve compressie (LS) is een ziekte van de discus tussen de laatste lendenwervel en het heiligbeen (sacrum).
De ziekte komt veel voor bij werkende honden en dan voornamelijk bij Duitse en Belgische herders, alsook bij de Border collie. Toch kan ze bij alle rassen voorkomen.
Patiënten vertonen klachten meestal op middelbare of oudere leeftijd maar af en toe zien we een jonge hond met dit probleem. De klachten lijken erg goed op deze van heupdysplasie. De hond staat moeilijk recht, kan slecht trappen opgaan of ergens opspringen, volgt moeilijk bij langere wandelingen, vertoont ochtendstijfheid, is soms mank op 1 achterpoot, laat de staart omlaag hangen en bijt soms thv de lage rug net alsof hij vlooien heeft. Niet al deze symptomen hoeven echter aanwezig te zijn.
Bij onderzoek is de lage rug gespannen en pijnlijk.
Strekken van de achterpoten is meestal erg onaangenaam. Ook het opheffen van de staart kan pijn uitlokken. Het radiografisch onderzoek toont vaak spondylose (papegaaibekken) van de laatste lendenwervel en het sacrum (zie figuur).
Als de heupen perfect zijn is de diagnose eenvoudiger dan wanneer gelijktijdig heupdysplasie met erge heuparthrose aanwezig is. Bij deze laatste patiënten is het inderdaad moeilijk om in te schatten waarvan de symptomen en de pijn juist afkomstig zijn: van de lage rug of van de heupen of van beide.
Om zeker te zijn van de diagnose moet een CT scan of MRI onderzoek gedaan worden samen met dynamische röntgens (met contrast) om te zien of er abnormale beweeglijkheid is tussen de laatste lendenwervel en het heiligbeen.
Bij LS gaat de bovenrand van de discus uitpuilen in het wervelkanaal en drukken op de uittredende zenuwwortels. Aldus ontstaat ischiaspijn (sciatique).
Infiltratie in de LS zone
De behandeling van de ziekte bestaat uit medicatie of chirurgie.
Medicatie bestaat uit zes weken ontstekingsremmers en rust. De resultaten hiervan zijn maar matig en symptomen komen vaak snel terug na stoppen van de behandeling.
Stap twee is het toedienen van infiltraties in het ruggenmergkanaal met depot cortisone of zeer recent met IRAP. Dit gebeurt met een schema van dag 1, dag 14 en dag 60, waarna om de vier à twaaf maand herhalingsinfiltraties nodig zijn. Een deel van de patiënten is echter permanent genezen na de eerste drie infiltraties. Deze infiltraties worden gegeven onder sedatie en onder C-boog begeleiding.
Chirurgie is aangewezen als infiltraties onvoldoende helpen of ze teveel neveneffecten geven (drinken) of ze te vaak herhaald moeten worden.
Bij chirurgie wordt de druk van het ruggemerg en de zenuwwortels weggehaald. De nazorg van deze patiënten moet zeer keurig zijn. Eerst zes weken zeer strikte rust en erna zes weken zeer langzaam meer activiteit inbouwen. Het succespercentage van de ingreep en de infiltraties bedraagt 50 % totale genezing en 25% beterschap. Bij 25% van de patiënten is er geen baat.
Als de wervels “te veel” bewegen ten opzichte van mekaar moet er buiten de gewone decompressie chirurgie ook nog een extra stabilisatie worden uitgevoerd. Deze ingrepen zijn complexer maar geven goede resultaten.