De schildklier bevindt zich in de nek aan weerszijden van de luchtpijp. Deze klier maakt schildklierhormoon aan. Dit hormoon heeft een belangrijke invloed op het algemene metabolisme van het lichaam. Indien de schildklier overactief wordt ontstaat de aandoening ‘hyperthyroidie’. In slechts een klein percentage van deze patiënten ligt een tumor van de schildklier aan de basis. Deze aandoening komt typisch voor bij oudere katten.
De meest voorkomende symptomen die als eigenaar gezien worden zijn gewichtsverlies, verhoogde eetlust, meer drinken en plassen, overactief worden (sommige katten zijn zeer rusteloos, miauwen constant...), haarverlies en verminderd wasgedrag. Sommige katten kunnen braken of diarree hebben. Minder vaak hijgen ze of hebben ze ademnood.
De diagnose kan meestal vrij gemakkelijk gesteld worden door een bloedname waarbij de hoeveelheid schildklierhormoon (‘T4’) in het labo gemeten wordt.
Er zijn 3 mogelijke behandelingsmethodes voorhanden, waarbij elk z’n voor- en nadelen heeft.
1) Medicatie in tabletvorm.
Voordeel: lage kost, men kan de behandeling steeds stoppen indien nodig (neveneffecten, een andere vorm van therapie is gewenst....)
Nadeel: sommige katten zijn zeer moeilijk in het nemen van tabletten, zeker indien ze levenslang moeten gegeven worden; heel soms komen neveneffecten voor (maagdarmklachten, jeuk in het gezicht)
Hierbij moeten ook regelmatig bloedcontroles uitgevoerd worden (T4, nierwaarden, leverwaarden, bloedcellen)
2) Chirurgische verwijdering van de schildklier.
Hierbij moet worden gelet dat tenminste 1 parathyroidklier bewaard blijft (ligt vlak naast de schildklier en is onmisbaar, staat in voor de calciumhuishouding in het lichaam). Een mogelijk nadeel is dat sommige katten reeds oud zijn en mogelijks nog andere ziektes hebben, waardoor de anesthesie een groter risico inhoudt. Ook kan een succesvolle operatie nadien toch herval geven omdat bij sommige katten ook actief schildklierweefsel in de borstholte zit en dit kan niet weggenomen worden.
3) Therapie met radioctief iodium.
Iodium is de belangrijkste bouwstof van het schildklierhormoon. Het radioactief iodium zet zich specifiek vast op het overactief schildklierweefsel en vernietigd enkel dit weefsel. Deze behandeling is zeer effectief en vereist geen of slechts minimale sedatie. Deze behandeling kan echter enkel in specifieke centra gebeuren waar men de juiste infrastructuur en licenties heeft. Een ander nadeel is een langere hospitalisatie periode (meestal +/- 1 week).
Vooraleer overgegaan wordt tot chirurgie of radioactief iodium, wordt steeds voorbehandeld met medicatie in tabletvorm. Door de overproductie van T4 is er namelijk een verhoogd metabolisme ontstaan in heel het lichaam en dus ook de nieren. Door te gaan behandelen kan de bloedvloei in de nieren verminderen en kan het zijn dat een (door de overactieve schildklier) gemaskeerde nierinsufficiëntie nu aan het licht komt. Bij deze dieren is een verdere medicamenteuze therapie ten sterkste aangeraden.