Heupdysplasie en behandeling

heupheupDe heupkom en de dijbeenkop zijn aan elkaar vastgehecht door middel van een kort en zeer dik ligament. Bij heupdysplasie (HD) blijkt er laxiteit van dit ligament aanwezig te zijn. Daardoor is er teveel beweeglijkheid van de dijbeenkop ten opzichte van de heupkom en zal de dijbeenkop meermaals per dag uit de heupkom glijden en aldus ontwrichten (subluxatie). Door deze steeds weerkerende subluxatie zal de dijbeenkop gaan afvlakken. In plaats van zijn normale, perfekt ronde vorm krijgt hij een wat afgevlakte, platte vorm die radiografisch goed waarneembaar is. Doordat de heupkom niet meer perfekt gevuld wordt zal deze minder diep worden en aldus een wat ondiep schoteltje gaan vormen. Hier zal de dijbeenkop nog minder goed in passen en dus nog meer ontwrichten. Op die manier is er een kringloop aan de gang die de heupdysplasie progressief erger maakt.

Deze vervroegde slijtage in het heupgewricht leidt uiteindelijk tot arthrose. Deze kan extreme vormen aannemen en bij oude honden tot ontzettende pijn leiden. Bij jonge honden met HD is er nog geen echte arthrose aanwezig. Ze hebben pijn omdat de dijbeenkop ontwricht. Hierdoor ontstaan er microscopisch kleine breukjes op de rand van de heupkom en deze zijn zeer pijnlijk.

slechte heupslechte heup Er heerst bij fokkers, eigenaars en dierenartsen nogal wat verwarring over de eerste symptomen van HD, zowel klinisch als radiografisch. Omdat de leeftijd voor de officiële radiografie van HD één jaar is (en in sommige rassen anderhalf jaar), menen sommigen dat vóór deze leeftijd HD niet waarneembaar is. Dit is onjuist. HD is waarneembaar en veroorzaakt symptomen vanaf zeer vroege leeftijd bij sommige honden. Het komt zelfs een enkele keer voor dat een hond van drie tot vier maanden al een extreme vorm van HD vertoont, waarbij de twee heupkoppen al volledig uit de kom zitten. Veel vaker echter ziet men problemen bij dieren van zes tot negen maanden.

Vooral bij rechtkomen, bij klimmen op trappen en bij springen (in de auto bijvoorbeeld), zullen de dieren pijn hebben. De klachten komen tot uiting na lange rust of na een hevige inspanning. Na deze eerste periode van pijnlijkheid komt er over het algemeen een periode van klinische rust. Een aantal van deze patiënten zal tussen de leeftijd van anderhalf en ongeveer vijf jaar minder klachten hebben. Nadien echter vertonen zij meestal hevige pijnklachten in de heupen.

Oorzaken

Teveel is in het verleden de verantwoordelijkheid naar de fokker toegeschoven. Deze werd met de kwade vinger gewezen en er werd gezegd dat hij de schuldige was. Het is nu geweten dat dit niet altijd zo is. Uit recent onderzoek weten we dat naast erfelijkheid ook voeding en karakter van de hond een rol spelen bij het ontwikkelen van HD.

De erfelijkheid

Erfelijkheid blijkt voor 25% bij te dragen tot het voorkomen van HD. Wat de verantwoordelijkheid van de fokker betreft kan dus gesteld worden dat de fokker wel iets kan doen. Namelijk zich houden aan de normen opgelegd door de Koninglijke Maatschappij Sint-Hubertus of opgelegd door de rasclub. Dus enkel fokken met honden die A of B zijn. Als de fokker zich hieraan heeft gehouden, heeft hij alles gedaan wat in zijn macht ligt om heupdysplasie bij de nakomelingen te voorkomen.

De voeding

In de voeding zijn vooral de hoeveelheden calcium en energie belangrijk. Het is belangrijk om alle calcium- en vitaminepreparaten te vermijden en om een relatief energie-arme voeding met mate te geven, zodat de hond in feite steeds wat hongerig is en mager blijft. Later, wanneer de hond ouder dan tien maanden is, kan gerust wel een rijkere voeding toegediend worden.

Een laatste, even belangrijke, factor is het karakter van de hond. Honden die zeer onstuimig zijn, veel spelen en springen, van links naar rechts bewegen en draaien, hebben meer kans op HD dan hun nestgenootjes die het rustiger aandoen. De reden hiervoor is eenvoudig. Honden die onstuimig zijn bewegen hun gewrichten veel meer in ongewone richtingen. Een hond die rustig leeft en mooi rechtdoor loopt beweegt zijn heupen in een eenvoudig patroon waarbij de heupkom mooi rondom de heupkop ligt. Een hond die van links naar rechts springt, beweegt zijn heupen zo, dat de dijbeenkop neiging heeft om uit de kom te klikken. Het is dus wenselijk om jonge hondjes, verdacht van HD, of met een milde vorm van HD, rustig te laten leven tot zij volwassen zijn. Op die manier kan de evolutie afgeremd worden.

Uit onderzoek, waarbij men honden heeft gevolgd van kleine pup tot volwassenheid, is gebleken dat honden die een zeer beperkte vorm van HD hebben op de leeftijd van 3 maand, reeds ergere HD hebben op 8 maand en een extremere vorm vertonen rond 12 maand. Dus eens de diagnose bij een jonge hond is gesteld, mag U er vanop aan dat deze toestand zal verslechten zeker als U de nodige maatregelen niet neemt.

Onderzoek

Wanneer moet u dan laten onderzoeken of uw hond HD heeft? Alle jonge honden van rassen waarin HD voorkomt worden best klinisch en radiografisch onderzocht op de leeftijd van 5-6 maand.

Klinisch onderzoek

De test van Ortolani onderzoekt of men de heup kan ontwrichten. Deze test wordt meestal uitgevoerd onder lichte anesthesie en bij de hond in ruglig. Men zal het dijbeen naar buiten bewegen. Op een gegeven moment kan men een klik voelen of horen indien de heup is aangetast door HD.

Radiografisch onderzoek

Er wordt gekeken naar de vorm van de dijbeenkop en de heupkom : zijn deze mooie rond en diep? Verder wordt gekeken naar de "femural overlap" (moet 50% of meer zijn) en de hoek van Norberg (moet 105° of meer zijn).
Radiografische opnames kunnen uitgevoerd worden bij jonge honden. Vanaf de leeftijd van 3 maand kunnen we reeds nuttige informatie verwerven. Het is dus fout te denken dat men moet wachten tot de leeftijd van 1 jaar vooraleer men deze radiografische informatie kan hebben.

Behandeling

Niet-chirurgische behandelingen zijn bij jonge honden enkel nuttig als de HD niet ernstig is. Bij een ernstige vorm van HD kan de pijn wel tijdelijk onderdrukt worden met medicijnen, maar binnen enkele maanden zal deze HD zo erg geworden zijn dat de hond moeten ingeslapen worden. Ernstige vormen van HD kunnen dus enkel chirurgisch worden behandeld. Het doel van niet-chirurgische methodes is om de pijn te bestrijden, zo dat de hond terug in beweging komt en dus meer spieren ontwikkelt waardoor de heupkop dieper in de heupkom wordt gedrukt.

Behandelingsmethoden:

1 Niet behandelen

- moeilijke periode van 4-16 maand leeftijd
- erna arthrose waarvan meestal last
- ernst van de symptomen oiv gewicht, activiteit, leeftijd, één of twee zijden

2 Pijnstillers en ontstekingsremmers

- kan niet levenslang worden gegeven wegens neveneffecten
- soms geen effect of onvoldoende effectief

3 Acupunctuur

- succes in 70% van de gevallen
- soms onvoldoende resultaat
- soms tijdelijk resultaten
- patiënten verdragen niet altijd herhaalde behandelingen

4 Voedingssupplementen

- niet bewezen effectief in klinische gevallen
- ontsnappen aan de geneesmiddelenwet

5 Chirurgische methoden

a) pectinotomie
- enkel bij oude honden
- 50 % resultaat enkel tijdelijk

b) heupkopamputatie (CLP)
- zeer goed resultaat bij honden minder dan 14 kg
- boven dit gewicht slecht resultaat
- vaak zijn patiënten slechter erna dan zonder ingreep

c) gewrichtskapseldenervatie
- nieuwe techniek met betwijfelbaar resultaat

d) varus osteotomie
- bij oude honden met erge arthrose
- resultaat niet echt schitterend

e) BOP
- plastic dakje boven dijbeenkop
- verlaten techniek wegens complicaties

f) bekkenkanteling (TPO= Triple Pelvic Osteotomy)
- 95% succes met erna perfect functioneren
- enkel toepasbaar bij honden die jong zijn en geen of nauwelijks arthrose hebben

g) kunstheup (THR= Total Hip Arthroplasty)
- vanaf leeftijd 10 maand tot einde van het leven
- grondig vooronderzoek vereist
- meer dan 90 % succes met zeer goed functioneren

 




Home | Over ons | Rondleiding in de kliniek | Diensten | Medische info | Ons Team | Contacteer ons
Copyright © 2007 Anubis bvba. Alle rechten voorbehouden. | Gebruikersvoorwaarden