De schouder
In het schoudergewricht van de jonge hond komt een afwijking voor die gekend is als OCD. OCD staat voor "osteochondritis dissecans". Hierbij is een stukje kraakbeen afgescheurd en zit los. Dit zal een ontstekingsreaktie veroorzaken. Deze veroorzaakt pijn. Deze pijnlijkheid uit zich voornamelijk in manken. Bij onderzoek zal het opvallen dat het strekken van het gewricht, erg pijnlijk is.
Osteochondritis dissecans of OCD is het gevolg van een opgroeiziekte : osteochondrose.
Hierbij ontstaat verdikt kraakbeen. Dit is gevoelig voor biomechanische stress. Er zullen, op de rand van dit verdikt kraakbeen, barsten ontstaan. Als deze verder ontwikkelen ontstaat er een stuk losliggend kraakbeen. Op die manier is de osteochondrose een osteochondritis dissecans of losgescheurd stuk geworden.
Ontstaan
Al lang wist men dat osteochondrose en OCD veel voorkomen bij rassen die erg groot worden. Allicht heeft dit te maken met het feit dat de groei sneller is en dat de biomechanische krachten op de gewrichten hoger zijn. Ook heeft men gemerkt dat OCD meer voorkomt bij bepaalde rassen. Aldus weet men dat er een erfelijke aanleg voor die ziekte is. Bovendien speelt de voeding een grote rol bij het ontstaan van osteochondrose en van OCD.
Behandeling
Deze bestaat uit chirurgie. Als de operatie wordt uitgevoerd door een deskundig chirurg is de ingreep weinig ingrijpend. Ze kan op twee manieren gebeuren: met arthroscopie (de kijkoperatie) of met gewone chirurgie. Na de ingreep moet de patient nog enkele weken aan een korte leiband gehouden worden zodat het gewrichtkapsel netjes kan herstellen. Na 6 weken mag hij weer alles doen. Als er OCD aanwezig is in beide schouders is het vaak aangewezen om de beide kanten te behandelen.
Herstel na arthroscopie is sneller dan na gewone chirurgie en ook kan men twee schouders gelijk behandelen met arthroscopie.
De elleboog
In de elleboog van de jonge hond komen vijf belangrijke afwijkingen voor. Deze zijn: de losse processus anconeus (LPA) , de losse processus coronoideus (LPC), OCD, de step en chondromalacie.
De losse processus anconeus (LPA) ziet men hoofdzakelijk bij jonge Duitse herders van 4 tot 9 maand. Deze patiëntjes manken op één of soms beide voorpoten en vertonen bij onderzoek pijnl in de elleboog. Op radiografie ziet men dat de processus anconeus niet vastgegroeid is aan de ulna en dus als een los stuk been in het gewricht zit. Sinds kort weet men dat dit probleem een gevolg is van een ongelijke groei van de twee botten (radius en ulna) in de onderarm. Doordat de radius iets sneller groeit dan de ulna is deze ulna relatief te kort en raakt de processus anconeus klem in het opperarmbeen. Daardoor ontstaan er abnormale krachten bij beweging die beletten dat deze processus vastgroeid.
In het verleden werd steeds het losse stuk verwijderd. Deze behandeling is eenvoudig, maar heeft verschillende nadelen: het gewricht heeft naderhand niet meer zijn normale anatomische vorm en vertoont een abnormale beweeglijkheid, wat later arthrose geeft. Honden die aan deze aandoening geopereerd zijn zullen dus steeds lichte arthrose krijgen en vaak nog een beetje mank zijn, voornamelijk na lange rust of na erge inspanning. Niet opereren leidt haast steeds tot zeer ernstige arthrose en veel pijn. Een nieuwe techniek voor de behandeling van deze aandoening bestaat uit het doorzagen van de ulna al dan niet in combinatie met het vastzetten van het losse stuk met schroeven of pinnen. Alhoewel het nog vroeg is om definitieve uitspraken te doen over deze nieuwe techniek zijn de resultaten tot nu bemoedigend.
De tweede afwijking is de losse processus coronoideus (LPC). Deze ziet men vooral bij Golden Retrievers, Labradors, Bernen Sennen honden en Rottweilers.
Hier zit een klein stukje been met kraakbeen los dat behoort tot de ulna en dat ligt op de grens tussen de ulna en de radius, vooraan in het gewricht. Dit stukje kan op meerdere plaatsen los liggen : aan de buitenkant of aan de binnenkant van de ulna of de hele top kan los liggen. Ook hier blijkt dat dit losse stuk veroorzaakt wordt door een ongelijke groei van radius en ulna. De symptomen ziet men vaak al op de jonge leeftijd van 5 à 8 maanden. De honden zijn vaak mank op de twee voorpoten. Uit een grote genetische studie blijkt dat in ongeveer 80% van de gevallen de ziekte voorkomt in de twee voorpoten. Al heel snel vindt men dan ook radiografische afwijkingen die op arthrose wijzen. Deze afwijkingen nog minimaal en zijn enkel te zien op perfekt genomen radiografieën.
Uit onderzoek blijkt dat door vroegtijdig verwijderen van het losse stuk de arthrose kan beperkt worden. Bij niet verwijderen zullen deze honden steeds zeer ernstige elleboog arthrose krijgen. Het klinische verbetering is meestal goed: in ongeveer 85 % van de gevallen zullen deze honden perfekt funktioneren. Wel hebben ze vaak een herstelperiode van 3 maanden nodig. Deze ingreep wordt nu steeds met arthroscopie gedaan, zodat er geen sneden meer zijn.
OCD ziet men hoofdzakelijk bij die rassen waarbij ook de losse processus coronoideus voorkomt. Ook hier zit, zoals bij de schouder, een grote losse kraakbeenflap in het gewricht. Vanaf de leeftijd van 5 à 6 maanden ziet men radiografische veranderingen optreden in het gewricht.
Enkel het losse stuk kraakbeen wordt verwijderd, zodat er nieuw kraakbeen kan groeien op de plaats van de verwijderde flap. Dit kraakbeen is meestal echter van slechte kwaliteit zodat normale funktie van de elleboog nooit kan gegarandeerd worden. Bij sommige honden komt gelijktijdig OCD en een losse processus coronoideus voor. Het vooruitzicht voor deze honden is steeds gereserveerd, zeker als de aandoening aan twee kanten voorkomt. Meestal is er al uitgebreide arthrose aanwezig als de diagnose wordt gesteld.
De step is een afwijking waarbij radius en ulna niet even lang zijn en het langste bot overmatig wordt belast. Daardoor ontstaan kraakbeen letsel op de langste kant. Door operatief het langste bot te verkorten kan dit probleem worden opgelost.
Chondromalacie is een kraakbeenafwijking in een normaal gevormd ellebooggewricht zonder losse stukken. De oorzaak is ongekend en een echte behandeling is er niet.
Tenslotte nog een woordje over het gelijktijdig voorkomen van gewrichtsafwijkingen in meerdere gewrichten.
Honden die afwijkingen vertonen in één gewricht zijn steeds verdacht van afwijkingen in andere. Vandaar dat wij ervoor pleiten om bij deze jonge honden een algemeen radiografisch overzicht te laten maken, met extra aandacht voor de twee schouders, de twee ellebogen, de twee knieën, de hakken en de heupen. Dit onderzoek kost ongeveer 150 euro meer dan een onderzoek van enkel dat éne pijnlijke gewricht. Deze extra uitgave is echter wel besteed, omdat U een overzicht krijgt van mogelijke problemen van uw hond op jeugdige leeftijd en zo weet U wat hem eventueel nog te wachten staat. Niets is meer frustrerend dan om een chirurgische ingreep te laten verrichten om dan enkele weken later te moeten ontdekken dat er nog andere gewrichten met afwijkingen zijn, waar ook opnieuw moet aan geopereerd worden.
Zo'n uitgebreid radiografisch onderzoek gebeurt onder een lichte narcose en duurt slechts een half uurtje. U krijgt hiervoor een grondig overzicht van de gewrichten van uw hond waar U hopelijk plezier van hebt de volgende 12 jaar.