In de elleboog komen veel afwijkingen voor bij rassen zoals de berner sennen, de rottweiler, de golden retrieven en de labrador. Meestal betreft het hier losse kraakbeenfragmenten. Deze fragmenten zijn radiografisch soms erg moeilijk te zien bij jonge honden. Met de scoop kan men echter gaan kijken en de diagnose zwart op wit vaststellen. Ook het verwijderen van deze losse stukken is arthroscopisch mogelijk. In ongeveer 10-15% van de gevallen blijkt het resultaat niet echt goed. Bij een deel van deze patienten kan een tweede arthroscopie 2 à 4 maand nadien het probleem oplossen (nieuw los stukje of wegfrezen van kraakbeenerosies).
Elleboogproblemen bij volwassen honden
Indien uw hond als pup last had van een losse processus anconeus (LPA), een losse processus coronoideus (LPC), incongruentie of een OCD letsel kan het zijn dat hij daarvoor werd geopereerd en de losse fragmenten werden verwijderd. Sommige van deze dieren zullen later in het leven toch nog last krijgen van erge arthrose in hun ellebogen.
Ook zijn er volwassen honden met elleboogdysplasie die geen last hadden van hun ellebogen als ze jong waren maar klachten krijgen op oudere leeftijd. Deze honden reageren niet steeds goed op medicatie.
Vaak zijn patiënten nog redelijk jong (bvb 5 jaar) en moeten ze dus nog langdurig met pijn en last verder leven door de ernstige arthrose (zie pijlen) die ze hebben. (zie onderstaande figuur)
Bij onderzoek in dit soort elleboog (met een kijkoperatie of arthroscopie) ziet men vaak dat het binnendeel van de elleboog geen kraakbeen meer bevat en het gewricht bot op bot contact heeft wat pijnlijk is.
Tot nu toe waren er weinig behandelingen beschikbaar voor deze honden. Men kon ontstekings-remmers toedienen en/of voedingssupplementen (Omega-3 en Glucosamine sulfaat bvb) en de voeding aanpassen (anti-allergisch, rijk aan vis, laag calorisch en met kraakbeen supplementen in). Men kon zijn hond extra mager houden en vaak per dag korte wandelingen maken, maar dat was het dan.
Dit soort behandelingen is echter niet altijd succesvol of slechts tijdelijk van nut.
In extreme gevallen werd soms met tussenpauzes cortisone in het gewricht gespoten wat vaak tijdelijk soelaas bood (meestal een jaar ongeveer) maar daarna vaak niet meer, of slechts kort.
Nu zijn er nieuwe mogelijkheden om deze problematiek aan te pakken:
1. injecties in de elleboog van IRAP
2. de sliding osteotomie
3. ulnectomie
4. de kunstelleboog
1. IRAP injecties bestaan uit inspuiten van bloed van de patiënt zelf in zijn eigen elleboog.
Dit bloed wordt genomen, verwerkt gedurende een 24 tal uur (broedstoof, centrifugeren, aftappen supernatant) en bewaard in de diepvries, in spuitjes van 1 a 2 ml. Er zijn geen neveneffecten van deze behandeling en onderzoek bij mens en paard toont aan dat ze effectiever is dan deze met cortisone injecties.
2. De sliding osteotomie is een chirurgie, ze ontlast het binnenste compartiment van de elleboog waar de krachten te groot blijken te zijn en waardoor kraakbeenslijtage optreedt. Hiervoor wordt een speciaal ontwikkelde plaat gebruikt die aan de binnenzijde van het opperarmbeen wordt aangebracht en die de hoek in de elleboog verandert en zo het binnenste deel ontlast. Onderzoek heeft aangetoond dat deze techniek veel verbetering kan veroorzaken bij een groot deel van de patiënten.
3. Ulnectomie bestaat er in om het achterste bot van de elleboog (de ulna) door te zagen en zo de druk in de elleboog te verminderen. Deze techniek bestaat sinds lang maar is nooit erg populair geweest omdat honden nadien 4 tot 6 maand ernstig mank zijn. Ook zijn er geen goede studies die het gunstig effect van deze ingreep objectief hebben vastgesteld.
4. De kunstelleboog is net als de kunstheup in staat om het zieke gewricht volledig te vervangen door een artificieel gewricht. Bij de kunstheup heeft deze techniek zijn sporen verdiend: de resutaten zijn zeer goed. Bij de kunstelleboog is er nog niet zoveel ervaring, maar deze die er reeds is, laat goede resultaten zien. Wegens de langdurige arthrose rond gewricht zullen oudere honden met elleboogdysplasie steeds wat beperkt
blijven in beweegelijkheid van de elleboog, ook na deze ingreep en zal hun manier van wandelen wat “onzuiver” blijven, maar de pijn is weg en dat is zonder twijfel het belangrijkste: deze patiënten voelen zich stukken beter.

